Het begin van je boek: de matrix

Aan het einde van deze tekst vraag je je af: Hoe kan het zoooo simpel zijn?

Zoals met zoveel zaken, het is meestal makkelijker om een vak ingewikkeld te maken, dan om het heel eenvoudig te houden. Puur menselijk, we hebben namelijk allemaal dezelfde neiging: zodra je ergens veel van weet, springen bij het vertellen meteen de uitzonderingen in beeld. ‘Hallo, ik wil óók genoemd worden!’ – roepen ze je toe. En dus vertel je dan ook over de lastige uitzonderingen. Hieronder doe ik dat nu eens niet, kijken of me dat lukt.

Het schrijven van een boek is een constructie. Het boek moet stevige fundamenten hebben, waarop je je verhaal of je informatie geloofwaardig kan neerzetten. Je wilt de lezer betoveren, interesseren, inspireren en daar heb je een goede basis voor nodig. Dus stappen we eerst in gedachten in de helikopter om los van de inhoud, na te denken over HOE die constructie gaat worden. Je begint de constructie met een plattegrond, een eenvoudig schema of matrix. Iets wat er dus ongeveer zo uitziet:

Dit kan het prille begin van je boek zijn.

Zo maak je een invulschema voor jezelf. Ik noem dit een stramien of een matrix. Je kunt de invulling met geeltjes doen, post-its. Want het gebeurt wel eens dat je een bepaald onderdeel helemaal ziet zitten in hoofdstuk 2, maar dat het na een half uur puzzelen bij nader inzien toch beter past in hoofdstuk 4.

Voor mensen die veel materiaal hebben om een boek mee te schrijven, bijvoorbeeld coaches en trainers met een bibliotheek vol zelfgemaakte presentaties en werkbladen, is dit een geoliede methode om snel grote stappen te maken richting een manuscript versie 1.

Waarschuwing: beperk je. Zeker als beginnende auteur: neem twaalf hoofdstukken als maximum. Beter nog is zeven. Bewaar je diepgaande kennis voor je volgende boeken. Begin bij het begin en maak je stappen niet te groot.

Wat voor soort dingen zet je op de X-as? Ik ga even uit van een non-fictie werk:
Introductie van het hoofdstuk – dit schrijf je zodra de rest van het hoofdstuk klaar is, want dan weet je wat je gaat introduceren. (Geldt ook voor de inleiding van het boek, schrijf dat pas als het manuscript verder af is.)
Daarna kan je van alles op die X-as invullen. Theorie (inzichten uit wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld), omschrijving van een probleem, anekdote als illustratie van het probleem, analyse van het probleem, oplossingen, uitzonderingen, de menselijke maat, de positieve kant van het probleem, man-vrouw verhoudingen, ouder-kind aspecten enzovoorts enzoverder. In de volgorde die jij zinvol acht.

Opmerking: het is niet zo dat je per sé alle hokjes moet invullen. En misschien dat een onderwerp uit de X-as, in deze fase toch een heel hoofdstuk verdient. Dan zet je dat in de Y-as. Het kan zijn dat je merkt dat er ergens een gat zit dat je wel wilt invullen. Hoofdstuk 5 mist bijvoorbeeld een goede anekdote, die je graag zou hebben. Die moet er dan nog komen op de een of andere manier.

Met deze matrix kan de schrijver (jijzelf of ik, als ik je ghostwriter ben) aan de slag: Schrijven. Hoofdstuk voor hoofdstuk. Maak aparte files voor de hoofdstukken en werk de verschillende onderdelen af. Mocht een onderdeel missen en dat is geen bezwaar voor het betoog in dat hoofdstuk, ga lekker door. De matrix is niet het boek, het was het noodzakelijke voorwerk. Je had een helicopterview als oriëntatiefase nodig. Laat het op een gegeven moment in je schrijfwerk los, zoals de vlinder vlak voordat hij zijn vleugels uitslaat, de pop loslaat.

Simpel, toch?